“Ik ben net een levende wortel. Moet je ze op me af zien rennen!” Silvia Flantua, oprichtster en beheerder van Stichting Cavia en het Caviadorp in het Friese Bakkeveen, trakteert een groepje opvangcavia’s op haar boerderij op wat bossen wortelen. Piepend duiken de cavia’s op de groente af en beginnen lekker te knagen.“Dit is toch zo’n mooi gezicht”, vertelt Silvia stralend. “Ze herkennen me gewoon, zie je dat?” Het is al snel overduidelijk dat we hier te maken hebben met een gepassioneerde dierenliefhebster. Jaarlijks vangen Silvia en haar collega vrijwilligers tussen de drie- en vierduizend dakloze cavia’s op.
Het in 1997 opgerichte Caviadorp is bedoeld als opvang voor alle cavia’s die bij Stichting Cavia terechtkomen. Voor alle dieren wordt een nieuw baasje gezocht. Dieren die te oud of te ziek zijn worden niet meer herplaatst, maar mogen de rest van hun leven in het dorp vertoeven. Deze dieren kunnen financieel geadopteerd worden.
Tot en met afgelopen juli was het Caviadorp gehuisvest in het vlakbij gelegen Westervelde. Maar wegens uitbreidingsproblemen is de stichting nu verplaatst naar een boerderij in Bakkeveen. Hoewel er nog heel veel geklust moet worden, hebben toch bijna alle ruim 230 cavia’s een plekje in de nieuwe opvang gekregen. Silvia is maar wat trots op haar nieuwe locatie. “We hebben hier veel meer faciliteiten. Ik ben vooral trots op de operatiekamer, die hadden we niet in Westervelde.”
Schoenendoos
De eerste drie cavia’s die Silvia twaalf jaar geleden opving herinnert ze zich nog goed. “Ik stond in de dierenwinkel, toen twee dikke asociale vrouwen binnenkwamen. Ze hadden een schoenendoos bij zich met daarin vijf cavia’s! Ze wilden er van af en vroegen of de dierenwinkel ze wilde hebben. Maar die hoefde ze niet. Toen zagen ze mij staan. Ik stond toen al bekend als iemand die elk ziek diertje opving. ‘Mot jij se hebbuh?’, vroegen ze. Ik heb geen moment getwijfeld en ze mee naar huis genomen. Zo is het begonnen. Ik kreeg vervolgens regelmatig vuilnismannen in tenue aan de deur. Hielden ze weer een zak met cavia’s omhoog: ‘Dit stond naast de container’. Op een gegeven moment had ik zeventig cavia’s zitten en ben ik een stichting begonnen. Blijkbaar was er behoefte aan.”
Overal waar je kijkt in het ‘dorp’, zie je cavia’s; jong, oud en in alle soorten en maten. In hokken, maar ook in grote ruimten, zowel binnen als buiten. “We hebben laatst een groep van honderd cavia’s binnengekregen. Kijk, dat zijn deze”. Silvia wijst op een groep dieren, die bij elkaar in de boerderij gehuisvest zijn. “Ze waren van een mevrouw, die de dieren in een rennetje in de tuin hield. Ze wilde er van af. Wij hebben ze toen opgevangen.” Silvia doet een schuif open en een voor een hobbelen de diertjes naar buiten. Naar een enorme buitenren vol speeltjes. Zeg maar gerust een caviaparadijs. Ruimte, groen, speeltjes, lekkere wortels: hier wil je nooit meer weg als cavia zijnde. “Dieren die hier voor het eerst komen, vliegen soms uit angst het net in”, vertelt Silvia. “Maar dan horen ze de geluidjes van hun soortgenootjes en zijn ze snel rustig. Het lijkt wel of ze aanvoelen dat het wel goed is hier.”
Triest
Veel van de opgevangen dieren hebben een heftige tijd achter de rug. Silvia en haar vrijwilligers kunnen onderhand een boek schrijven over wat ze allemaal hebben meegemaakt. “Mensen doen rare dingen met dieren. Het is in- en intriest. Net als andere dieren zijn cavia’s aan de mode onderhevig. Dan zijn Teddy’s weer in, dan langharige. Ik heb ooit iemand gehad die zijn cavia wegbracht omdat hij niet bij de bank paste. Of mensen die gewoon zes weken op vakantie waren gegaan en hun 101 cavia’s gewoon hadden achtergelaten. We maken van alles mee.”
Silvia ligt wel eens wakker van wat ze zoal meemaakt. “Een paar jaar geleden zijn in Roosendaal 78 cavia’s in de brand gestoken. Door een sadistisch jochie. Zulke verschrikkelijke dingen doen mensen blijkbaar met dieren. Daar heb ik slapeloze nachten van. Ik ben één keer bijna iemand aangevlogen. Een heel arrogant meisje van zestien. Ze kwam samen met haar vader en had een schoenendoos bij zich met daarin maar liefst elf cavia’s! Ze zei: ‘ik had ze al buiten gezet om dood te gaan, maar ze gaan maar niet!’ Een collega heeft me toen even in een andere kamer gezet. Ik was echt in staat om dat meisje op haar gezicht te slaan. En die vader stond er beschaamd naast. Gelukkig had hij zijn dochter overgehaald de dieren naar ons te brengen.”
Positief blijven
De dierenliefhebster probeert alles om te zetten in iets positiefs. “Ik hoor de verhalen aan en denk dan altijd maar: ‘ze zijn het dier gelukkig komen brengen’. Zoals laatst nog. Belde er iemand op donderdag met de mededeling dat ze de zaterdag erop zouden gaan emigreren en of wij de cavia’s wilden hebben. Want het was zo zielig om ze maar dood te laten gaan. Tja, wat zeg je dan? Maar we nemen altijd alles aan. Ik zal nooit een dier laten zitten. Als we geen ruimte hebben, dan maak ik wel ruimte. Ik maak me vooral zorgen om de dieren die hier niet terecht komen. Want de dieren die hier wel komen, daar komt het bijna altijd goed mee.”
Zoals met Twister bijvoorbeeld. Het diertje is een week geleden binnengekomen met zijn maatje Corrie. De voormalige eigenaar wilde ervan af omdat de kinderen er niet meer naar om keken. “Kijk, zijn haren beginnen gelukkig weer te groeien”, zegt Silvia, terwijl ze het goudkleurige diertje over zijn rugje aait. “De kinderen hadden kappertje gespeeld en hem helemaal kaal geknipt.”
Aandoenlijk
Toch is het niet allemaal ellende. “Anders zouden we het niet volhouden. We maken ook hele leuke dingen mee, hoor. Ik ben heel trots dat we zoveel dieren kunnen redden. Bijna alle dieren worden herplaatst. Ik krijg vaak lieve mailtjes van mensen, tekeningen van kinderen, dat is zo leuk. Onlangs was hier een man met zijn kindjes. Een enorme reus van een vent. Stond hij met een caviaatje in zijn hand te vertellen dat hij vroeger ook een cavia had gehad. Dat vind ik zo aandoenlijk! Of een dametje dat me vertelt dat ze iedere dag samen met haar cavia ontbijt. Zo schattig. Ik kreeg ook eens ’s avonds laat een telefoontje van een meneer die heel bezorgd was om zijn zieke cavia. Hij was heel opgelucht dat ik het niet gek vond dat hij zo laat nog belde. Ik heb hem advies gegeven en de volgende ochtend belde hij om te zeggen dat het al een stuk beter met zijn dier ging. Dat soort verhalen houden me op de been. Zulke mensen zijn er gelukkig ook.”
In het begin had Silvia moeite met het herplaatsen, nu niet meer. “Het liefst wil je ze allemaal houden, maar dat kan gewoon niet. Als de dieren goed worden uitgeplaatst, een plekje krijgen waar ruimte, aandacht en liefde is, dan heb ik een goed gevoel. Er zijn zelfs eens mensen helemaal uit Antwerpen gekomen om twee cavia’s op te halen. Als ze dat ervoor over hebben, dat is toch geweldig!”
Geld
De opvang van de cavia’s kost geld. De stichting redt het allemaal maar net, maar voelt de duidelijk de invloed van de recessie. “Donateurs stoppen met geld geven, omdat ze het niet meer hebben. Ik heb een hekel aan schooien. Maar soms is het noodzakelijk om mensen om geld te vragen. Anders redden we het echt niet. Ook krijgen we het laatste half jaar vooral zieke cavia’s binnen. Mensen hebben duidelijk geen geld meer voor de dierenarts en doen hun dier maar weg. Staat er hier iemand met een cavia vol gezwellen en vraag ik: ‘Heeft u het hok mee?’ Want vaak krijgen we het hok erbij. Zeggen ze: ‘Nee, die zet ik op Marktplaats, dan krijg ik er nog wat voor.’ Tja…”
Ondanks dit soort ervaringen doet Silvia haar werk nog steeds met veel plezier en toewijding. “Het is een virus. Als je eenmaal besmet bent met het caviavirus, dan kom je er niet meer vanaf. Elke cavia heeft een eigen karaktertje, ze herkennen je en maken geluidjes. Ze zijn zo leuk. Ik ben op aarde gezet om dit te doen. Het geeft me zoveel voldoening. Je moet echt een beetje gek zijn om dit te doen. Ik zoek nog een gek die het ooit over wil nemen…”
Silvia wil tot slot iedereen het volgende meegeven: weet waar je aan begint! Een cavia neem je niet voor twee dagen. Het is geen wegwerpartikel. Je hebt de verantwoordelijkheid tot het dier overlijdt. Heb je dat er voor over? Ze worden gemiddeld vijf jaar oud. Schaf geen dier aan als je er niet klaar voor wilt staan.”
Wil je meer weten over Stichting Cavia en het Caviadorp? Neem een kijkje op de website .
© DierZ
Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief
Reacties (3)
Plaats een reactieGoh, jullie doen echt superwerk !!! Wat een idiote mensen heb je toch, bah! Jammer dat er nog geen wet voor bestaat, het is in- en intriest. Ik heb bijna mijn hele leven cavia's en het zijn machtig lieve beestjes. En als ze ziek zijn, gaan ze natuurlijk naar de dierenarts. Duizenden euro's heeft het me gekost (er is er zelfs één in een kliniek geweest) en dan zeggen mensen dingen als: Koop toch gewoon voor een paar euro een nieuwe !!! Onbegrijpelijk. Keep on the good work ladies !!! Dikke duim ...
Geweldig werk hoor, petje af!! Cavia's zijn geweldige beestjes en super slim. Onze cavia's leven altijd buiten, ook in de winter en twee daarvan zijn al ruim 6 jaar, gewoon liefde en aandacht geven en heerlijk dat ze dat vinden!
Mensen die zo walgelijk met hun beestjes omgaan hebben geen hersens.
Veel succes met jullie opvang, super gewoon!
Groetjes Pliek
Als ik die 2 foto's zie word ik helemaal verliefd op die schattige beestjes. Zelf heb ik er twee (Rixt & Chiba) waarvan er één drachtig is. Voor de kleintjes is al opvang geregeld nog voor dat Chiba gedekt werdt. Als je wilt fokken dan zorg je toch dat ze ergens terecht kunnen. Ik moet er niet aan denken om ze op straat te zetten. Nee dan zou ik net zo'n dorp willen beginnen. Helaas is dat voor mij ondenkbaar daar ik in een instelling woon. Ik hoop wel dat één van de jongen een wijfje is, want ik wil er dan wel zelf dan wel ééntje houden. Maar ik vindt het geweldig wat jullie doen. Heel veel succes met jullie aktie.